Zoeken

Voeding en verzorging

Intro
In de vrije natuur eten kleine knaagdieren alles wat voorhanden is. Het zijn dus echte alleseters.
Kleine knaagdieren in een beschermd milieu moeten uitgebalanceerd voer krijgen om te voorkomen dat de dieren te vet worden.
Dit hoofdstuk geeft in het kort informatie over de voeding van de kleine knaagdieren.


Tamme rat aan de maaltijd

Voeding voor volwassen dieren
De meeste kleine knaagdieren zijn zaad- en graaneters.
Er zijn miljoenen verschillende zaden en granen, die vaak door elkaar vervangen kunnen worden.
In de dierenspeciaalzaken worden mengsels van verschillende zaden verkocht voor de afzonderlijke soorten kleine knaagdieren. Deze mengsels bevatten meestal haver, gerst, rogge, boekweit, maïs, graan, zonnepitten en johannesbrood.
Zonnebloemzaad is echt een lekkernij, maar wel met mate om vervetting te voorkomen. Onkruidzaad is uitstekend bijvoer voor de dwerghamsters.

Deze voeders worden in kleine verpakkingen verkocht en zijn prima voor liefhebbers met enkele dieren. Gemengde voeders kunnen als nadeel hebben dat de kleine knaagdieren selecteren wat ze lekker vinden en de rest laten liggen. Zij hebben dan een ongebalanceerd dieet en dat is ongezond.

Er zijn ook volledige kant-en-klare voeders beschikbaar voor elk soort knaagdier, vaak in geperste korrels. Volledig betekent dat alle noodzakelijke voedingsstoffen die een bepaalde diersoort nodig heeft in het voer zitten.
Het nadeel is dat het eten voor het dier geen afwisselende bezigheid meer is. Ze missen bijvoorbeeld het pellen van de zaden wat voor hen een natuurlijke bezigheid is.
Om met kleine knaagdieren een goed fok- en showresultaat te behalen heeft een volledige brok de voorkeur. Deze volledige brok moet ook vleeseiwit bevatten. Deze brok wordt vaak in grote verpakkingen aangeboden voor de fokker met veel dieren.

Fruit en groenvoer zijn belangrijk voor alle kleine knaagdieren. De smaken verschillen wel.
Dit is ook afhankelijk van wat de dieren van jongs af aan zijn gewend.
Belangrijk is dat groenvoer elke dag wordt ververst. Ook de tuinkruiden en onkruiden als paardedistel, weegbree, vogelmuur, klaver en gras zijn prima voer.
Het bijvoeren van groente of ander groenvoer is bij de hamster zeker gewenst. Hamsters zijn er op gebouwd om een belangrijk deel van hun vochtvoorziening uit groenvoer te halen.

Het bijvoeren van dierlijk eiwit is goed als de dieren geen volledige brok krijgen. Deze brok bevat al dierlijk eiwit. Bijvoeren van eiwit moet met mate gebeuren.
Mogelijkheden zijn vismeelvlokken, stukje gekookt ei, een kattenbrok of een blokje zoutloze kaas.
Dwerghamsters en gerbils lusten op z’n tijd ook graag een meelworm. Die zijn te koop in dierenspeciaalzaken.
De dieren verwennen met andere lekkere dingen mag af en toe, maar dan wel met goede lekkernijen zoals een droge korst brood, een stukje rijstwafel, kale toast of een stukje beschuit. Op rozijnen zijn ze ook dol. Pas op voor noten die erg veel vet bevatten.

Ratten, gerbils en hamsters eten net als konijnen soms hun eigen zachte nachtkeutels op. Op deze manier voorzien de dieren zichzelf van bepaalde aminozuren en de verschillende B-vitamines.

Voeding voor jonge dieren
Kleine knaagdieren zijn zoogdieren, dus de jongen worden door de moeder gevoed met melk. Gaandeweg beginnen de jonge dieren zelf mee te eten van het voer van de volwassen dieren en houdt de melkproductie op.
De jongen eten ook de keutels van de ouders. Naast bepaalde voedingsstoffen krijgen de jonge dieren op deze manier ook de noodzakelijke afweerstoffen binnen.

Voederbakken
Sommige kleine knaagdieren eten keurig uit het voerbakje, maar vooral hamsters vinden hun eigen voorraadkamer het beste bord. Het is veel beter het voer in de kooi te strooien. Dit bootst ook een beetje de natuurlijke situatie na omdat ze op zoek moeten naar het voedsel en dat zorgt ook voor beweging.

Drinkbakken
Er moet altijd drinkwater beschikbaar zijn, ook als de dieren weinig drinken. Het beste is om een glazen drinkflesje op te hangen zodat elk dier, jong of oud er altijd bij kan komen. Staande drinkbakjes zijn ongeschikt, omdat ze meteen volgegooid worden met bodemstrooisel. Jonge dieren kunnen in deze bakjes ook verdrinken.

Omgaan met dieren
Kleine knaagdieren herkennen de stem en de geur van de verzorger. Dit vertrouwen mag nooit beschaamd worden. Kleine knaagdieren die overdag slapen omdat ze nachtdieren zijn, moeten tijdens hun slaap met rust gelaten worden.

Kleine knaagdieren worden in de natuur vaak van boven belaagd door jagers, zoals roofvogels. Benader daarom de dieren nooit recht van boven en laat ze duidelijk met een stemgeluid weten wie er aan komt.
Dan schrikken ze niet en bijten ook niet als afweerreactie.
Niet alle kleine knaagdieren zijn echte knuffeldieren. Ratten zijn dat wel.


Tamme ratten worden erg aanhankelijk

De andere knaagdieren veel minder of helemaal niet. Wel leren alle knaagdieren om wat lekkers uit de hand te eten en daar worden ze tam van.
Ratten, hamsters en gerbils houden er van om zo nu en dan vrij in de kamer rond te lopen en laten zich ook weer gemakkelijk pakken, eventueel met hulp van een beloning (iets lekkers).
Bij loslopende kleine knaagdieren moet er wel op gelet worden dat ze niet op verkeerd materiaal gaan knagen zoals snoeren.
Bestraffen als dat wel gebeurt, heeft geen zin en jaagt het dier angst aan. Ze zullen zich met bijten proberen te verdedigen. Voorkom deze reacties door de dieren altijd op de juiste manier te benaderen.
Gaat het niet goed, dan ligt de fout altijd bij de verzorger.

Voeding voor kleine knaagdieren
Onder de kleine knaagdieren scharen we muizen, tamme ratten, hamsters, degoe’s, chinchilla’s en gerbils. Knaagdieren met elk hun eigen eisen voor een goede voeding.

Complete brok of gemengd voer
Tegenwoordig is er in de dierenspeciaalzaken voor elk soort wel een eigen mengsel verkrijgbaar. Daarnaast zijn er de algemene knaagdiermixen en de volledige grove brokken, die oneerbiedig ook wel laboratoriumbrokken worden genoemd. Wat is nu het beste? Om met kleine knaagdieren een goed fok- en showresultaat te behalen heeft een volledige brok de voorkeur. Voor ratten en gerbils moet deze brok vleeseiwit bevatten en ook bij hamsters is vleeseiwit gewenst. Muizen hebben ook  enig dierlijk eiwit nodig. De laboratoriumbrokken zijn in een grote vorm van tien of twaalf mm doorsnede geperst en zijn daardoor makkelijk op de kweekbakken te voeren. Deze brokken zijn vaak alleen in grotere eenheden verkrijgbaar en daarmee richten de fabrikanten zich op de professionele houders. Gemengde voeders zijn voor hobbyisten met maar enkele dieren het best geschikt. Deze voeders worden over het algemeen in kleine verpakkingen aangeboden. Gemengde voeders kunnen als nadeel hebben dat de dieren gaan selecteren. Met een brok weet u zeker dat ze alles in de juiste verhouding binnen krijgen. Voor een top fokresultaat en een goede groei is het advies daarom om een complete brok te voeren.

Tamme ratten
Ratten in het wild eten zo goed als alles wat ze tegen komen. Ratten hebben een absolute behoefte aan dierlijk materiaal. In het wild voorzien ze hierin door insecten, kleine zoogdieren, maar ook kadavers te eten (vlees en ingewanden van dode dieren).  Als een goede volledige rattenbrok wordt gevoerd, is het bijvoeren van extra vitaminen, mineralen en dergelijke niet nodig of zelfs ongewenst. Overmaat hiervan schaadt! Een goede brok biedt alle bouwstoffen voor groei en onderhoud van het lichaam. Naast eiwitten zijn dit ook vetzuren! Wanneer een goede brok met vleeseiwit wordt verstrekt, bouwt het dier een goede weerstand op en komen gebreksziekten normaal gesproken niet voor.

Gerbils (woestijnratjes)
Voor gerbils geldt in grote lijnen hetzelfde als voor de tamme ratten. Ook Gerbils nemen in de natuur dierlijk materiaal op in de vorm van torren, larven en kleine kadavers. Het verstrekken van een voeding met vleeseiwit is dan ook zeker aan te raden. De kwaliteit van het eiwit in het voer is bij een gerbil met een nestje zeker van belang om zo te voorzien in de noodzakelijke bouwstoffen voor de razendsnelle ontwikkeling van de jongen. Ook bij gerbils heeft een grove brok de voorkeur boven gemengde voeders, zeker als het om fokresultaten gaat. Bij een brok kunnen de diertjes niet gaan selecteren en wanneer er ‘op het gaas’ gevoerd wordt, is het tevens een mooie bezigheid voor de zeer energieke diertjes. Het voeren van (veel) groenvoer of fruit past niet goed bij de gerbil. Van oorsprong komen ze uit hele droge gebieden, ze kunnen daarom met heel weinig vocht leven.
Ratten, gerbils en hamsters eten net als konijnen soms hun eigen zachte nachtkeutels op. Op deze manier voorzien de dieren zichzelf van bepaalde aminozuren en B-vitamines. De jongen zullen ook de keutels van de ouders opzoeken. Naast bepaalde voedingsstoffen voorzien de dieren zich zo ook van noodzakelijke afweerstoffen.

Hamsters
De hamster is qua voeding goed te vergelijken met de rat en de gerbil. Het voer moet overwegend plantaardig zijn, maar voor een goede gezondheid heeft de hamster behoefte aan bepaalde aminozuren (bouwstenen van eiwit) die vooral in vlees voorkomen. In hamstervoer is het type eiwit dat gebruikt wordt daarom van belang. Vlees is weliswaar geen noodzaak, maar het is wel de makkelijkste manier om te voorzien in het type eiwit dat de hamster nodig heeft. Zeker voor groeiende of zogende hamsters is dit eiwit onmisbaar als bouwstof. Van de Chinese dwerghamster is zelfs bekend dat het in de natuurlijke leefomgeving meer dan een kwart dierlijk materiaal eet. Het bijvoeren van groente of ander groenvoer is bij de hamster gewenst. Hamsters zijn er op gebouwd om een belangrijk deel van hun vochtvoorziening uit groenvoer te halen.

Muizen
Kleurmuizen zijn waarschijnlijk de meest voorkomende kleine knaagdieren op de kleindierenshows. De vele kleurvariaties maken dat het populaire knagers zijn. Muizen zijn ten opzichte van ratten veel meer plantaardige eters dan dierlijke eters. Bij muizen komen over het algemeen minder gebreksziekten en minder kannibalisme voor dan bij ratten en hamsters. Als de voeding te vleesrijk is, zal dat onherroepelijk voor veel resteiwit in de mest en daarmee voor een penetrante ammoniaklucht zorgen. Hoewel vleeseiwit niet nodig is voor muizen, is een juiste samenstelling van het eiwit wel van belang. Als het eiwit uit te eenzijdige bronnen komt, kunnen er ook bij muizen conditieproblemen ontstaan. Voor muizen geldt ook weer dat voor goede fok- en groeiresultaten een brok de voorkeur heeft boven een gemengd voer. Voor de liefhebbers met een of enkele muizen kan een eenvoudig gemengd voer volstaan.

Degoe’s
Degoe’s zijn geen moeilijke kostgangers. Ze eten in principe alles, maar de natuur van de dieren ligt overwegend bij plantaardig voedsel. Qua voedingsbehoeften ligt een degoe daarom dichter bij de muis dan bij de eerder besproken knagers. Ook al zijn de dieren niet kieskeurig, toch is het beter ze niet van alles voor te schotelen. In het wild leven ze vrij schraal. Fruit en groente moeten daarom niet te veel en niet te vaak worden gegevent. Bovendien is het raadzaam om degoe’s beperkt te voeren. Op een schraal aanbod komen de dieren het best tot hun recht.

Chinchilla’s
De chinchilla is in vergelijking met de al besproken knagers, het knaagdier dat het meest op plantaardig voedsel is ingesteld. De voedingsbehoefte van chinchilla’s is goed te vergelijken met de voeding voor de muis en de degoe, ook al eten de chinchilla’s oorspronkelijk ander voedsel dan degoe’s en muizen. Chinchilla’s eten eigenlijk uitsluitend plantaardig. In het wild bestaat de voeding uit schrale grassen, schorsen, droge vruchten en wortels van struiken. De standaard knaagdiervoeders voldoen eigenlijk niet goed voor chinchilla’s. Wanneer er te veel granen in het voer zitten, kunnen namelijk problemen met de lever en de nieren ontstaan. Met specifieke chinchillamengsels of chinchillakorrels wordt zeker bij fokdieren een beter resultaat behaald.

Eiwitgehalte
Het eiwitgehalte in de voeders is bij fokkers van kleine knaagdieren nog wel eens een punt van discussie. Er wordt vaak gezegd dat knaagdieren een hoog eiwitgehalte nodig hebben. Het aanbod knaagdiervoeders varieert in eiwitgehalte van 12 tot wel 22%. Het blijkt dat alle kleine knaagdieren met 12 tot 15% eiwit prima te verzorgen zijn. Deopneembaarheid van het eiwit moet dan wel perfect zijn.
Eiwit uit erwten wordt door de knaagdieren anders verteerd dan eiwit uit vlees. De combinatie van de gebruikte eiwitbronnen bepaalt dan ook welk percentage van het aanwezige eiwit kan worden opgenomen. Als de eiwitbronnen te eenzijdig zijn, is het deel eiwit dat niet benut wordt puur balast voor de dieren.
Anders gezegd: het voerverbruik is lager bij een hoogwaardig voer met een optimale eiwitsamenstelling. Bij een lager voerverbruik blijft ook het hok schoner! Niet de hoeveelheid eiwit, maar de samenstelling van het eiwit bepaalt de uiteindelijke kwaliteit en prestaties van de dieren.

De leefruimte van een knaagdier is relatief beperkt. De leefomgeving heeft daarmee een grote invloed op de gezondheid van de diertjes. Een goede hygiëne is dan ook van groot belang. Zeker bij knaagdieren die relatief veel drinken zoals ratten. Uit de keutels komt ammoniak vrij. Ammoniakdamp heeft zijn weerslag op de luchtwegen. Te veel ammoniak in het verblijf maakt de dieren vatbaarder voor ziekten waaronder longontsteking omdat de beschermende slijmlagen in de longen worden aangetast. Bedenk dat de hoeveelheid ammoniak die ontstaat ook van het voer afhangt! Ammoniak ontstaat als gevolg van rottend resteiwit in de mest. Hoe beter de hoeveelheid en soort eiwit in het voer opgenomen wordt, hoe minder ammoniak er vrij komt, hoe beter voor de weerstand van de dieren! Alles hangt met elkaar samen!
 
Hoeveelheid
De ideale hoeveelheid voer is heel moeilijk aan te geven voor kleine knagers. Naast de grote verscheidenheid tussen de verschillende knagers, is er ook nog eens een grote verscheidenheid binnen de diersoorten. Bij de muizen bijvoorbeeld zijn er bepaalde rassen en kleuren die veel makkelijker vervetten dan andere. Voer altijd met de ogen! Geen nieuw voer geven voordat het oude op is. Let er bij hamsters ook op dat ze gaan hamsteren! Het voerverbruik lijkt soms hoog, terwijl ze veel voer mee naar het nest hebben gesleept.