Zoeken

Geschiedenis

Ontstaan van de diergroep
In de kleindierliefhebberij worden cultuur- of sierduiven gehouden.
Dit zijn duiven die in de loop van de tijd zijn ontstaan door toedoen van de mens. Duiven komen bijna op de gehele aardbol voor behalve op de Noord- en Zuidpool. Het zijn dus echte globetrotters.
Sierduiven worden door veel mensen als liefhebberij gehouden. Duiven, welk ras dan ook, zijn actieve gezellige dieren die goed passen in een tuin. Geen wonder dus dat zoveel mensen sierduiven als hobby houden.

                                         Een prachtige collectie duiven bij elkaar

Domesticatie
Alle rassen sierduiven stammen waarschijnlijk af van de rotsduif (Columba livia) die nu nog voorkomt in het Middellandse Zeegebied, een groot gedeelte van Azië en in Schotland en Ierland.
Waarschijnlijk werd duiven al 4500 jaar voor Christus als huisdieren door de mens gehouden.

Opgravingen in Mesopotamië, het huidige Irak, hebben terracotta beeldjes opgeleverd met daarop afbeeldingen van duiven. In Egypte kende men tamme duiven sinds ongeveer 3000 jaar voor Christus. Het ging in die tijd niet om een hobby, maar om de mest en het vlees van de duiven.
Duivenmest bevat veel stikstof en werd gebruikt om de landbouwgronden te bemesten.
In Egypte werden al 1000 jaar voor Christus grote duiventorens gebouwd, waarin soms wel 30.000 paren duiven gehouden konden worden. Deze duiventorens zijn nu nog te zien in de Nijldelta.
Ook in Perzië (het huidige Iran) en Afghanistan werden duiven in torens gehouden. Zelfs nu nog worden deze torens gebruikt voor het verzamelen van duivenmest. Ook in India is deze cultuur bekend.
In vele oude beschavingen nam de duif een belangrijke plaats in. Ook in de bijbelse geschiedenis leest men in verschillende profetieën over duiven. Bij vele volkeren in die tijd was de duif zelfs heilig.

Ook in latere culturen zoals de Griekse, de Romeinse en de Arabische vinden we de duif weer terug. Het is bekend dat in die tijd de duif ook voor het overbrengen van berichten werd gebruikt.
De Romeinse schrijver Marcus Terentius Varro (116 - 27 voor Christus) noemde twee soorten duiven die toen in Rome werden gehouden. Dat waren een halftamme rotsduif en een tamme witte duif die bij de mensen onder één dak leefde.
In India was al in de 15e eeuw de duif wijd verbreid. Vele welgestelden hielden grote kolonies duiven, die toen al in vele kleuren en vormen voorkwamen.
Akbar de Grote, bijgenaamd de ‘De grote Mogul’, hield duizenden duiven die waren afgericht op het tuimelen en rollen in de lucht. De bakermat van al onze duivenrassen ligt dus niet in Europa maar in India en het Midden-Oosten.

In de latere middeleeuwen verschenen er ook duiventorens in Midden- en West Europa. In deze duiventorens of -tillen huisden dan enkele tientallen tot honderden duiven. In die tijd was het houden van duiven een ‘heerlijk recht’ dat alleen voorbehouden was aan de kasteelheer of landeigenaar. Het was zelfs bij de wet verboden voor de boer of gewone burger om duiven te houden.
Gelukkig is dat nu verleden tijd.

                                      Waartoe fokken en selectie al niet kan leiden

Biodiversiteit
In de loop van een lange tijd heeft de domesticatie van de duif vele nieuwe rassen opgeleverd, vaak met een bepaald (nut)doel voor ogen.
Al deze duivenrassen met hun typerende kenmerken en de bijbehorende genenrijkdom moeten bewaard blijven. Immers, weg is voorgoed weg. Het domesticatieproces kan nooit meer herhaald worden.
Het beschermen van de vele rassen die zijn ontstaan in de loop der eeuwen (biodiversiteit) is een taak van ons allen en van de duivenliefhebbers in het bijzonder.