Zoeken

Fokken

Intro
Bij vele dierenliefhebbers ontstaat na verloop van tijd ook de wens om jonge dieren te gaan fokken.
Niets is zo mooi als ouderdieren met jongen. Het is een geweldige ervaring om jonge dieren te zien opgroeien.
Er is echter ook een ‘maar’ aan verbonden. Er is wel kennis voor nodig. Wil men bovendien jonge dieren fokken die zoveel mogelijk het ideale beeld benaderen dan vraagt dat ook weer extra kennis.

Keuze van fokdieren
Het fokken begint bij de selectie (keuze) van de ouderdieren. Zij moeten kerngezond, vitaal en een actief gedrag vertonen.
Een tweede belangrijk criterium is de juiste rasvorming en rashouding. Die bepalen samen het rastype. Elk ras heeft zo zijn eigen type.
Verder zijn vooral de veerconditie, de kleur en tekening en de nagelkleur van belang. Op al deze punten moeten ze de specifieke raseigenschappen zo dicht mogelijk benaderen. Deze eigenschappen zijn in de NBS-duivenstandaard beschreven.
Maar ook als alleen gefokt wordt om een paar jonge dieren erbij te hebben, is het nodig dezelfde selectiecriteria te gebruiken. Anders verliezen de dieren in de loop van de tijd hun raseigenschappen.
Geen enkel dier is volmaakt. Dieren met dezelfde tekortkomingen mogen nooit aan elkaar gepaard worden. Daarmee worden de fouten in de stam vastgelegd.

Bevruchting
Om te komen tot een goed broedkoppel en bevruchte eieren worden de doffers eerst in het hok met de broedhokken geplaatst.
De doffers gaan zelf hun broedhok uitzoeken. Hiermee wordt ook de hiërarchie bepaald en de rust keert dan na een paar dagen weer terug.

Daarna worden de duivinnen in de broedhokken geplaatst. Die moeten afhankelijk van het ras minimaal acht tot tien maanden oud zijn, om hier verantwoord me te kunnen fokken. Meestal gaat het koppelen goed, maar het komt ook voor dat de duivin niet wordt geaccepteerd. Dan worden de beide dieren gescheiden van elkaar door een tussenschot in het broedhok te plaatsen. Meestal gaat het dan na enige tijd wel goed.

Om een goede bevruchting te krijgen worden koppel voor koppel alleen losgelaten in het hok waar ze kunnen paren zonder tussenkomst van andere jaloerse doffers.
Na ongeveer tien dagen wordt in de late namiddag het eerste ei gelegd. Voor die tijd moeten de dieren een broedschotel met daarin een matje ter beschikking hebben. Eventueel kan ook nog kort geknipte stro of tabaksstelen worden gegeven door ze op een centrale plaats in het hok te leggen. De doffer zal waarschijnlijk snel dit materiaal naar het broedhok brengen en aan de duivin aanbieden.
Twee dagen na het leggen van het eerste ei wordt het tweede ei gelegd.

Broeden en uitkomen eieren
Daarna begint het echte broeden. De duivin broedt ’s nachts en de doffer overdag. Al na een week broeden is te zien of de eieren bevrucht zijn. Is het ei nog lichtdoorschijnend als het tegen het licht wordt gehouden, dan is het onbevrucht. Zijn ze donker gekleurd, dan hebben we bevruchte eieren.
Onbevruchte eieren worden uit het nest verwijderd.
Binnen tien dagen is er dan weer een nieuw legsel van twee eieren.
Zeventien dagen na het leggen van het tweede ei komen de jongen uit.

Opfokken van de jonge dieren
Rond de zeventiende dag van het broedproces zijn de eieren aangepikt. Het jong heeft dan nog enige tijd nodig om helemaal uit het ei te kruipen en ligt dan nat en hulpeloos in het nest.
Na vier dagen openen zij de ogen, met tien dagen krijgen zij over het hele lichaam al veerstoppels. Met drie weken hebben zij al een volledig verenpak. Dan zijn het ook al echte duifjes.
Zodra de jongen gespeend worden en naar het hok voor de jonge duiven gaan moet goed in de gaten gehouden worden of alles goed gaat. Vooral bij jonge duiven komt het nog wel eens voor dat het voer wel gevonden wordt, maar het water niet.
Als een jonge duif met de ogen gaat knipperen dan heeft hij dorst. Een keer met de snavel in de drinkbak drukken is voldoende. Daarna weten ze de waterbak wel te vinden.

Ringen
Een voorwaarde voor het insturen van dieren naar een tentoonstelling is dat deze dieren een vaste voetring hebben. Vast betekent dat deze ring bij volwassen dieren niet van het been afgeschoven kan worden.
Ringen worden geleverd door de NBS. De grootte van het ras bepaalt welke ringmaat wordt gebruikt. De NBS heeft een ringenlijst met de juiste ringmaat voor elk ras.
Jonge duiven worden acht tot tien dagen na hun geboorte geringd. Deze ring wordt over de voorste drie tenen geschoven worden en het achterste teentje wordt met de ring mee geschoven over het loopbeen. Als de ring boven de vier tenen zit is het goed.
Wordt te vroeg geringd, dan verliezen de dieren de ringen weer. Wordt te laat geprobeerd te ringen, dan zijn de beentjes te dik en lukt het niet meer.

Op de ring staan de letters van de uitgevende organisatie met daarbij de diameter van de ring, het jaartal en een volgnummer. Elk jaar krijgen de ringen een andere kleur. De volgorde van de kleuren wordt door de Entente Europeènne (E.E.) vastgesteld voor alle aangesloten Europese landen.
De plaatselijke kleindiervereniging helpt de fokker of liefhebber met het ringen als dat nodig is.

Continu selecteren tijdens opfok
Fokken betekent ook selecteren. Jonge dieren worden regelmatig op hun ontwikkeling gecontroleerd. Jonge dieren die niet gelijkmatig opgroeien en/of afwijkingen vertonen aan vooral benen, vleugels, kop en ogen worden nooit perfecte vertegenwoordigers van het ras.
Deze dieren moeten niet aangehouden worden. De ontwikkeling per jong wordt bijgehouden via het ringnummer.
Door alleen de beste dieren te houden blijft het ras zuiver en vitaal en met de juiste raskenmerken.