Zoeken

Voeding en verzorging

Intro
Zonder goede voeding en verzorging geen gezonde dieren. Deze regel geldt altijd en overal.

Dit hoofdstuk beschrijft de voeding en verzorging van duiven.

Duiven 1
In het zonnetje voor het hok

Voeding voor volwassen dieren
Duiven zijn zaadeters. Er zijn voor duiven vele verschillende zaadmengsels te koop bij dierenspeciaalzaken. Postduivenvoer is voor de meeste sierduiven te grof.

Voor de liefhebber die niet met de duiven fokt is het standaard sierduivenvoeder geschikt.
Voor fok- en tentoonstellingsduiven zijn specifieke mengsels te koop. Dit voer is rijker van samenstelling en heeft een betere eiwit-vetverhouding waardoor de opname en de benutting beter is.

In de fokperiode is meer eiwit van belang. De duiven voeren de jongen met kropmelk.
Meer eiwit in de voeding van de ouderdieren geeft ook een betere kropmelk.
Direct na het opnemen van voer drinkt een duif met grote teugen veel water.
Duiven stellen groenvoer ook op prijs.

Duiven worden twee keer per dag gevoederd, vroeg in de ochtend en laat in de middag of begin van de avond. Een kwartier na het verstrekken van het voer moet de voederbak leeg zijn, anders wordt teveel voer gegeven.

Voeding voor jonge duiven
Al snel na de geboorte worden jonge duiven door de ouders gevoerd met kropmelk of duivenmelk. Deze kropmelk wordt in de krop gemaakt en is zeer voedzaam. Jonge duiven krijgen de eerste tien dagen alleen deze kropmelk. Alle benodigde voedingsstoffen zitten in deze kropmelk.

Na een dag of veertien wordt de kropmelk niet meer gevormd en de jonge duiven worden nu gevoerd met in de krop van de ouderdieren geweekt graanvoedsel. Rond de derde week worden bakjes met voer en water in het broedhok geplaatst. De volwassen duiven zullen hieruit eten en door af te kijken leren de jonge duiven ook snel zelfstandig de voer- en waterbak te vinden.
Op een leeftijd van vier tot vijf weken worden de jonge dieren gespeend door ze van de ouderdieren te scheiden.

Voederbakken
Voerbakken zijn zelf goed te maken. De voerbak wordt met een deksel afgesloten om vervuiling van het voer te voorkomen. Een goede voerbak is 100 cm lang, 15 cm breed met een opstaande rand van 3 cm. Daartussen worden spijltjes gemaakt met een tussenruimte van 10 cm met daarop een scharnierende klep.


Drinkbakken
Drinkbakken kunnen kant-en-klaar gekocht worden. Tegenwoordig zijn praktisch alle drinkbakken van kunststof gemaakt. Kunststof heeft voordelen, maar het schoonmaken van deze drinkbakken moet zorgvuldig gebeuren omdat kunststof heeft de neiging aanslag van water vast te houden.


Extra toevoegingen
Naast het dagelijkse voer hebben duiven grit, roodsteen, maagkiezel en mineralen nodig. Maagkiezel is nodig omdat duiven geen tanden hebben. In de spiermaag wordt het graan door de maagkiezel vermalen.

Extra mineralen en vitamines zijn nodig omdat deze voedingsstoffen van nature te weinig in granen en zaden voorkomen. Duiven in de vrije natuur zoeken zelf naar aanvulling op het voeder, duiven in ons beschermd milieu kunnen dat niet.

Badwater
Duiven zijn verzot op baden. Het badwater wordt in de volière geplaatst. Eenmaal per week een bad is voldoende. Als de duiven zijn uitgespetterd, wordt het badwater verwijderd om te voorkomen dat het badwater ook als drinkwater wordt gebruikt.


Omgaan met dieren
Goed omgaan met de dieren is net zo nodig als het geven van voer en water.

Het omgaan met de dieren is misschien wel het mooiste wat er is.
Duiven zijn geen aaibare dieren en houden er niet van om opgepakt en geaaid te worden.
Het gedrag van de verzorger bepaalt ook sterk het gedrag van de duiven.
Door altijd rustig met de dieren om te gaan en ze nooit te laten schrikken worden zelfs de schrikachtige rassen nog vrij rustig.
Ga daarom nooit onverwachts het hok in en laat de dieren in de volière ook nooit schrikken.
Laat bij de benadering van de dieren altijd een vertrouwd geluid horen, zodat ze weten dat de verzorger er aan komt. Op deze manier wordt het vertrouwen van de dieren verkregen. En juist dat maakt het houden van duiven zo plezierig en interessant.

Spijsvertering
De granen en zaden die een duif oppikt komen via de slokdarm in de krop. De krop van een duif is een buffer die het voer gedoseerd doorschuift naar de kliermaag.
Een duif beschikt over heel sterk maagzuur. In de kliermaag werken de eerste zure verteringssappen, waarin enzymen aanwezig zijn, in op het voer.
De voorgeweekte granen en zaden schuiven van de kliermaag door naar de spiermaag waar als het ware een mechanische vermaling plaatsvindt. De ruwe dikke spiermaagwand maalt in combinatie met het aanwezige kiezel de granen en zaden fijn.
De voedselbrij wordt doorgeschoven naar de darmen waar verdere vertering en opname van voedingsstoffen plaatsvindt.

Maagkiezel
De werking van de spiermaag van de duif is pas optimaal als er scherpe kiezels in zitten. Om de harde granen en zaden te kunnen verteren is het daarom noodzakelijk dat er op het sierduivenhok scherpe maagkiezel voor de duiven beschikbaar is.
Dit verhoogt bovendien het rendement van het voer. Zodra de kiezels in de maag rond zijn afgesleten komen ze met de mest mee naar buiten. Verstrek maagkiezel in het sierduivenhok in een apart bakje.

Sierduivenmengelingen
Er zijn voor de duiven vele mengelingen op de markt.
Het leeuwendeel van de duivenmengelingen is bedoeld voor postduiven.
Dit voer is over het algemeen niet geschikt voor de sierduiven.
Postduivenvoer is voor veel sierduiven te grof en bovendien soms ook te energierijk, omdat zij bedoeld is als brandstof voor de vluchten.
In elke dierenwinkel is standaard tortelduivenvoer, sierduivenvoer en vaak ook kortbekkenvoer verkrijgbaar. Deze mengelingen zijn wat grofheid betreft geschikt voor de liefhebber die geen hoge eisen aan zijn sierduiven stelt.
Voor een top kweek- of showresultaat bij sierduiven volstaan de samenstellingen vaak niet. De specifieke mengelingen voor de verschillende rasgroepen geven een beter resultaat. Deze zijn rijker van samenstelling en hebben een betere eiwit/vetverhouding waardoor de absorptie en de benutting beter is.

Bouwstoffen
Voor de bouw en onderhoud van het duivenlichaam zijn eiwitten de belangrijkste bouwstoffen. In duivenvoer zijn de peulvruchten (vooral erwten en sojabonen) de voornaamste leveranciers van eiwitten. 
Naast de hoeveelheid eiwit is zeker ook de spreiding tussen de eiwitbronnen van groot belang. Eiwit is opgebouwd uit aminozuren. Het is belangrijk dat in duivenvoer alle belangrijke aminozuren voldoende voorkomen.
In de kweekperiode is de eiwitvoorziening van groot belang voor de aanmaak van eieren, de rijke samenstelling van de kropmelk en de goede ontwikkeling van de jonge duiven. Voor sierduiven kan in principe jaarrond met dezelfde mengeling worden gewerkt.
Bevat de mengeling gerst dan zullen de duiven dit in de kweekperiode instinctief laten liggen. Gerst is scherp en wordt daarom niet aan de jongen gegeven.

In de ruiperiode mag er niet te schraal gevoerd worden, omdat een compleet nieuw verenpakket moet worden gebouwd. In de rustperiode kan met een wat schraler voer worden volstaan. De hoeveelheid voer kan wat omlaag en eventueel kan wat vezelrijk graan als gerst of paddy worden bijgevoerd. Het is raadzaam om de bakken leeg te laten eten voordat nieuw voer wordt gegeven. Als het mengsel gerst bevat is dat vaak mooi maatgevend voor de benodigde hoeveelheid. Gerst blijft vaak als langste liggen bij de duiven.

Brandstoffen
De voornaamste brandstoffen voor sierduiven zijn koolhydraten en vetten. Een sierduif verbruikt weliswaar geen brandstof voor lange vluchten, maar wel om te kunnen bewegen en zich warm te houden. De energiebehoefte en de hoeveelheid voer is bij sierduiven niet zo zeer afhankelijk van het gewicht van de duif, maar veel meer van de mate van activiteit en de hoktemperatuur.
Een kleine beweeglijke duif verbruikt meer dan een grote rustige duif. Het is een misverstand om te denken dat de benodigde hoeveelheid voer rechtevenredig verband houdt met de grootte van de duif.

Beschermstoffen
Met beschermstoffen bedoelen we in eerste instantie vitamines, mineralen en sporenelementen. Deze stoffen zorgen ervoor dat belangrijke lichaamsprocessen goed verlopen. Bepaalde mineralen en vitaminen zijn naast een beschermstof ook nog een bouwstof. Hierbij denken we allereerst natuurlijk aan calcium en fosfor. Calcium is naast een bouwstof voor botten natuurlijk ook essentieel in de kweekperiode als bouwstof voor de schaal en bevedering.
Zowel vitaminen, mineralen als sporenelementen komen van nature te weinig voor in  granen en zaden. In de natuur zullen duiven vitaminen zoeken in kiemen van plantjes en beperkt ook uit dierlijk materiaal zoals insecten.
Mineralen en sporenelementen zoeken de duiven in de vrije natuur op het land.
Een duif in gevangenschap heeft deze mogelijkheid niet en deze stoffen moeten in de volière dan ook worden aangeboden.
Door grit en andere mineraalmengsels te verstrekken wordt voorzien in de eerste mineralenbehoefte. Voor de overige beschermstoffen kan een krachtvoer gevoerd worden. Zeker in de kweekperiode is dat geschikter om goede resultaten te krijgen.
Ervaren fokkers weten dat de meest vitale duiven de duiven zijn die jaarrond de juiste krachtvoeders krijgen zodat geen tekorten aan beschermstoffen ontstaan. Er zijn ook voeders op de markt waardoor al krachtkorrels zijn gemengd. Dit zijn dan wel complete duivenvoeders.